
We tellen 17 augustus 1629, vlak buiten Hattem. Juan Gomez stond op de één van de in alle haast opgegooide wallen en keek om zich heen. Het was rustig vannacht. Tien dagen geleden gaf de graaf van Salazar de opdracht om de Hanzestad Hattem in te nemen. De eerste aanval was schromelijk mislukt. Hoe was het mogelijk dat 600 soldaten stand hielden tegen deze Spaanse overmacht. Ook volgende aanvallen werden afgeslagen door de trotse Hattemers. Er waren veel verliezen aan Spaanse kant. Wat nu te doen...? Uithongeren… Dus belegeren!
De magistraat van Hattem had voldoende voedselvoorraad, maar had extra hulp van 174 Friezen, 140 schutters uit de omgeving en een 300 man sterke compagnie uit Zwolle. De voorraad slonk zienderogen en de bevolking begon te morren.
Jan van Gelder stond bekend als een strijdbare en dappere burger. Genoemd werd hij om zijn handigheid met paarden. “Ik zal de komende nacht onder mijn paard hangend de stad verlaten om voedsel te halen” zo riep hij tegen de bevolking.
Die nacht verliet hij via De Hoenwaardse poort de stad, richting het bos. Hij kende de sluipwegen als geen ander. Al gauw reed hij buiten de Spaanse linies.
De nacht duurde en duurde. Plotseling stond Jan weer voor de poort. Zijn paard volgeladen met zakken. Is het graan? Nee, het zijn truffels. Zwarte truffels, en ze zijn eetbaar. Ik heb ze daar gevonden waar de zwijnen de grond hadden omgewoeld in hun zoektocht naar voedsel. Morgennacht gaan we weer”
Het Hattemer geschut dunde de gelederen van de vijand behoorlijk uit met als gevolg dat deze na enkele dagen zich onder luid gejuich van de belegerden terugtrok.
En zo heeft de geschiedenis van Hattem zich onlosmakend verbonden met Jan van Gelder en de zwarte truffel. Na het lezen van deze legende, kijk eens om u heen. Misschien ziet u Jan van Gelder nog op z’n paard............... Al is het in uw gedachten.